Derde kwartaal 2020: observaties bij de kwartaalstatistieken

Loontrekkende tewerkstelling

De gehele of gedeeltelijke sluiting van sectoren als gevolg van de corona-crisis heeft een grote impact op de tewerkstelling en het sterkst op het arbeidsvolume. Dit werd reeds besproken in de arbeidsmarktanalyse van het 3de kwartaal 2020. In de brochure “loontrekkende tewerkstelling” kan de impact in meer detail geanalyseerd worden.

Raadpleeg de statistieken over de Loontrekkende tewerkstelling

Specifieke tewerkstellingstypes

De sluiting van de horeca van 13 maart tot 8 juni heeft een grote impact op de tewerkstelling gedurende het tweede en derde kwartaal 2020 en in het bijzonder op de bijzondere tewerkstellingstypes:

  • Ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal in 2019 daalde het aantal gewone werknemers met -15% in het tweede en -12% in het derde kwartaal 2020.
  • Voor deze gewone werknemers kon in belangrijke mate beroep gedaan worden op tijdelijke werkloosheid. Zo daalde het arbeidsvolume in het tweede kwartaal met liefst -73%, in het derde kwartaal met -24%.
  • Ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal in 2019 daalde het aantal gelegenheidswerknemers (extra’s) in de Horeca (-70% in tweede kwartaal, -38% in derde kwartaal), het aantal flexijobs in de Horeca (-51% in tweede kwartaal, -19% in derde kwartaal); het aantal gewerkte uren van deze werknemers daalde met in -84%, resp. -30% (extra’s) en -73%, resp. -8% (Flexi).
  • Het aantal studenten in de Horeca viel terug met -49% in het tweede kwartaal en -14% in het derde kwartaal 2020, telkens ten opzichte van het overeenkomstige kwartaal 2019 (cijfers over de studentenarbeid in het algemeen vindt u in de desbetreffende statistiek – zie verder).

De impact van de coronamaatregelen op de bijzondere tewerkstellingstypes in andere sectoren is zeer verschillend:

  • Ten opzichte van de overeenkomstige kwartalen in 2019 was er een behoorlijke groei in de handel. Er waren heel wat meer werknemers in flexijob actief (+26% in het tweede kwartaal, +30% in het derde kwartaal 2020) en hun arbeidsvolume nam sterker toe (+35% in het tweede kwartaal, +51% in het derde kwartaal 2020).
  • De opmars van het gebruik van flexijobs in de handel wordt nauwelijks afgeremd. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2020 was er in het tweede kwartaal een lichte daling (-10% in aantal jobs, status-quo in arbeidsvolume), maar in het derde kwartaal 2020 is dit opnieuw al een stijging (+6% in jobs, +24% in arbeidsvolume). Van de flexijobs in de handel zijn er veel in de essentiële winkels die geopend bleven en ook de duur van de sluiting van de overige winkels was beperkter dan die van de horeca.
  • Bij de kappersbedrijven en schoonheidszorgen daalde het aantal flexijobs ten opzichte van het tweede kwartaal 2019 met -10%, het arbeidsvolume zelfs met -55%. In het derde kwartaal was er een behoorlijke stijging ten opzichte van 2019 (+28% in jobs, +41% in arbeidsvolume).  

Raadpleeg de statistieken over de specifieke tewerkstellingstypes (horeca e.a.)

Studentenarbeid

De corona-maatregelen, sluiting van sectoren, grotere tewerkstellingsbehoeften in andere sectoren, hebben ook hun invloed op de tewerkstelling van studenten.

  • De Jaar-op-jaarvergelijking toont voor het derde kwartaal 2020 een daling van het aantal studentenjobs met -14% (-79.000). In het tweede kwartaal was de daling nog sterker (-33%, -125.000 jobs).
  • In absolute aantallen is de daling in het derde kwartaal 2020 het grootst in de sectoren Administratieve en Ondersteunende diensten (-48.000, vooral studenten tewerkgesteld door uitzendondernemingen) en Horeca (-13.000). In de horeca was de daling in het tweede kwartaal nog veel sterker (-41.000).
  • Relatief gezien wordt in het derde kwartaal de grootste daling opgetekend in de sectoren “Financiële activiteiten en verzekeringen” (-43%), “Vrije Beroepen en technische activiteiten” (-21%), “Kunst, amusement en recreatie”, “Administratieve en Ondersteunende diensten”  en “Overige diensten” (telkens -20%). In het tweede kwartaal waren dit “Kunst, amusement en recreatie” (-68%), “Informatie en communicatie” (-53%) en “Horeca” (-48%).
  • Het totaal aantal gewerkte uren daalde veel minder sterk, zowel in het tweede kwartaal (-25%) als in het derde kwartaal (-4%). Dit geeft aan dat vooral de kleinere studentenjobs er sterker op achteruit gingen. In het derde kwartaal 2020 werden 2,2 miljoen uren studentenarbeid minder aangegeven dan in 2019. Die daling is quasi volledig toe te schrijven aan het aantal uren studentenarbeid via de uitzendkantoren (een daling van bijna 2 miljoen uren).
  • Opvallend hierbij is dat de sector met in absolute aantallen de grootste daling in het tweede kwartaal, de Horeca (-3,1 miljoen uren) in het derde kwartaal 2020 vrijwel evenveel studentenarbeid heeft aangeboden als in het derde kwartaal 2019.
  • De grootste relatieve daling van het aantal uren in het derde kwartaal 2020 doet zich voor in “Financiële activiteiten en verzekeringen” (-41%). In het tweede kwartaal was dat in “kunst, amusement en recreatie” (-81%), Horeca (-65%), Informatie en Communicatie (-53%) en Overige diensten (-51%).
  • Er zijn echter ook sectoren waar meer handen nodig waren: het aantal gewerkte uren steeg in het tweede en derde kwartaal 2020 in de Land- en tuinbouw (+72%, resp. +13%), Bouwnijverheid (+8%, resp. +12%), “Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening”(+27%, resp. +10%) en Handel (+9%, resp. +7%).

Raadpleeg de statistieken over de tewerkstelling van studenten

Tewerkstelling met dienstencheques

De sector van de dienstenchequebedrijven werden niet geconfronteerd met een volledige sluiting, maar vooral in de maanden maart en april maar werden heel wat werknemers op non-actief gezet omdat ze niet in veilige omstandigheden hun taken konden uitoefenen. De meeste werknemers konden daarbij gebruik maken van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid.

Het aantal arbeidsplaatsen met dienstencheques gefinancierd blijf in het tweede en het derde kwartaal 2020 stabiel zowel ten opzichte van hetzelfde kwartaal van 2019 als tegenover het eerste kwartaal 2020. Het arbeidsvolume evenwel daalde met -44% in het tweede kwartaal en -4% in het derde kwartaal 2020 en dit ten opzichte van de overeenkomstige kwartalen in 2019.

Raadpleeg de statistieken over de tewerkstelling met dienstencheques

Gelijkgestelde periodes

De belangrijkste maatregel voor behoud van tewerkstelling in deze coronacrisis is de toepassing van tijdelijke werkloosheid overmacht. Vanaf het tweede kwartaal 2020 wordt deze vorm van tijdelijke werkloosheid specifiek voor overmacht Covid-19 in de RSZ-aangiftes geregistreerd.

Tijdens het tweede kwartaal 2020:

  • Deden 141.248 werkgevers beroep op deze maatregel en dit voor 1,3 miljoen werknemers.
  • Meer dan 32 miljoen dagen (gerekend in 5dagen-stelsel) gingen verloren. Dit komt overeen met het arbeidsvolume van 426.409 voltijdse werknemers in een volledig kwartaal.
  • Gemiddeld werd voor elke werknemer die in het tweede kwartaal in tijdelijke werkloosheid was 25 dagen tijdelijke werkloosheid aangegeven.

Tijdens het derde kwartaal 2020:

  • Deden 70.554 werkgevers beroep op deze maatregel en dit voor 496 duizend werknemers.
  • Meer dan 7 miljoen dagen (gerekend in 5dagen-stelsel)  gingen verloren. Dit komt overeen met het arbeidsvolume van 93.621 voltijdse werknemers in een volledig kwartaal.
  • Gemiddeld werd voor elke werknemer die in het tweede kwartaal in tijdelijke werkloosheid was 14,5 dagen tijdelijke werkloosheid aangegeven.

Tijdens het derde kwartaal deden dus niet alleen veel minder werkgevers (-50%) beroep op tijdelijke werkloosheid corona, maar ze deden dit ook voor minder werknemers (-62%) en ook het gemiddeld aantal dagen tijdelijke werkloosheid per werknemer daalde sterk (van 25 dagen naar 14,5).

Dit en veel meer kan afgeleid worden uit de nieuwste versie van de “kwartaalgegevens over de gelijkgestelde periodes”

Raadpleeg de kwartaalgegevens in verband met de gelijkgestelde periodes