Lichte groei op arbeidsmarkt begin 2026, maar verschillen tussen sectoren blijven groot

De Belgische arbeidsmarkt toont in het eerste kwartaal van 2026 een voorzichtige positieve evolutie. Het aantal arbeidsplaatsen (+0,1%) en het totale arbeidsvolume (+0,2%) nemen licht toe, terwijl het aantal werknemers licht daalt (-0,1%).

De evolutie verschilt echter sterk per sector. Industrie en bouw blijven onder druk staan, met een daling van de werkgelegenheid (-1,3% in arbeidsplaatsen). Ook in delen van de commerciële dienstverlening, zoals de ICT-sector, zet een negatieve trend zich voort. Daartegenover staan groeisectoren zoals transport, financiële diensten en wetenschappelijke dienstverlening, waar het aantal jobs toeneemt.

De niet-commerciële dienstverlening, waaronder zorg en onderwijs, laat een lichte groei zien en blijft een stabiele pijler van de arbeidsmarkt.

Opvallend is de sterke toename van het aantal oudere werknemers. Bij 65-plussers stijgt de werkgelegenheid fors (+30,5%), onder meer door de hogere pensioenleeftijd en het succes van flexi-jobs. Jongeren daarentegen zien hun tewerkstelling dalen (-3,1% bij -25-jarigen).

Regionaal zijn de verschillen beperkt maar duidelijk: Vlaanderen en Wallonië kennen lichte groei, terwijl Brussel een daling optekent (-0,5% arbeidsplaatsen).

Ook in de uitzendarbeid tekenen zich verschuivingen af. Klassieke interimarbeid krimpt, terwijl flexibele vormen zoals flexi-jobs sterk groeien.

Conclusie: de arbeidsmarkt stabiliseert voorzichtig, maar structurele verschillen tussen sectoren en leeftijdsgroepen blijven groot.