Jaarstatistieken over flexi-tewerkstelling

2025

Periodiciteit: Jaarlijks

Laatste updates: 05/06/2026

Hier vindt u de jaarstatistieken met betrekking tot de flexi-tewerkstelling. We brengen ook kwartaalstatistieken over flexi-jobs. Die kan u hier vinden. In onze jaarstatistieken leggen we iets andere accenten dan in onze kwartaalstatistieken. Er zijn nu eenmaal gegevens die enkel relevant zijn op jaarbasis. Denk daarbij aan de beperking op het jaarlijks loon dat mag worden bijverdiend binnen het systeem van flexi-jobs. Hieronder lichten we het systeem van de flexi-tewerkstelling kort toe.

Flexi-jobs bestaan sinds 1 december 2015 en zijn specifiek bedoeld voor mensen die al aan het werk of gepensioneerd zijn en willen bijklussen. Iemand die voldoende prestaties verricht bij een andere werkgever of werkgevers (minimum 80% tewerkstelling), kan bijverdienen met een flexi-job. De flexiwerknemer ontvangt daarvoor een nettoloon dat is vrijgesteld van belastingen en werknemersbijdragen. Alleen de RSZ-werkgeversbijdragen zijn verschuldigd. Voor meer details verwijzen we naar de instructies voor de werkgever en naar de website van de sociale zekerheid.

Er is geen beperking op het aantal uren dat iemand als flexi-werknemer mag presteren. Sinds 2024 is er wel een beperking op het jaarlijks loon dat een flexiwerker onbelast mag bijverdienen. Initieel ging het om 12.000 EUR, maar op 1 januari 2025 werd dat bedrag verhoogd tot 18.000 euro (voor 2026 bedraagt het geïndexeerde plafondbedrag 18.440 euro). Die beperking geldt echter niet voor wie gepensioneerd is.

Aanvankelijk waren flexi-jobs enkel bedoeld voor de Horeca, maar doorheen de tijd werd het systeem uitgebreid naar andere sectoren. Een volledige beschrijving van de flexi-jobs en de sectoren die er gebruik van kunnen maken, is beschikbaar in de instructies voor de werkgever.

De meeste werkgevers die met flexi-jobs werken doen dat het hele jaar door en hebben naast de flexi-jobbers ook nog ander personeel in dienst

In 2025 deden 52.933 werkgevers een beroep op flexi-jobbers – al dan niet via de uitzendsector. De flexi-arbeid blijft voor de meeste werkgevers een extraatje, dat bovenop de klassieke tewerkstelling komt. Van de 37.160 werkgevers die de flexi’s zelf aanwierven hebben 88,2% naast flexi-jobbers ook klassieke werknemers in dienst. Slechts een minderheid (7,3%) deed uitsluitend een beroep op flexi-jobbers.

Ook opvallend: flexi-arbeid is er voor alle seizoenen, want 61% maakte er in de vier kwartalen gebruik van.

Download hier de ruwe data die als basis dienen voor onze statistieken.

Evolutie flexi-jobs naar flexi-sector vanaf 2016

Een eerste grafiek geeft mooi de evolutie weer van het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in VTE naar flexi-sector per jaar. Tegelijk zien we duidelijk de verschillende uitbreidingen van het toepassingsgebied naar nieuwe flexi-sectoren zoals die werden ingevoerd sinds het systeem in 2015 specifiek voor de horeca ontstond. Sindsdien nam het aantal flexi-jobs, het arbeidsvolume en het aantal gebruikers stelselmatig toe. Een uitzondering op deze gestage toename is duidelijk merkbaar tijdens de Covid-pandemie in 2020. We merken in die periode vooral een daling van het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in de horeca wat niet verwonderlijk is gezien de Covid-maatregelen waaraan de horecazaken onderworpen werden.

Commentaar

Op 18 maart 2020 ging het land een eerste keer in lockdown wat de opmerkelijke daling van het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten (VTE) verklaart. De daling is minder uitgesproken voor de handel gezien essentiële handelszaken zoals voedingswinkels hun activiteiten niet moesten stopzetten tijdens die periode. Na aanvankelijke versoepelingen met de heropening van de horecazaken op 8 juni 2020 ging het eind 2020 opnieuw de slechte kant uit met het aantal Covid-besmettingen waardoor het land voor een tweede keer in lockdown ging met de bekende gevolgen. Begin 2021 startte de vaccinatiecampagne en werden de maatregelen versoepeld. Ook die evolutie is duidelijk zichtbaar in de grafiek die een sterke toename laat zien in 2021.  

Dat geldt ook voor de verschillende sleutelmomenten in de uitbreiding van het aantal flexi-sectoren. Uit de grafiek komt duidelijk naar voor dat het systeem aanvankelijk beperkt was tot de horeca (en de uitzendkantoren voor wat uitzendkrachten in de horeca betreft). Vanaf 1 januari 2018 werden de flexi-sectoren uitgebreid met verschillende handelsactiviteiten, bakkerijen, kappers en schoonheidssalons. Op 1 januari 2023 breidde het aantal flexi-sectoren opnieuw uit met sport- en cultuur, en zorg- en gezondheid. De grootste toename van het aantal flexi-sectoren vond plaats op 1 januari 2024 wanneer garages, autorijscholen, vervoer en logistiek, organisatie van evenementen, begrafenisondernemers, land- en tuinbouw, beheer van gebouwen en kinderopvang werden toegevoegd. Ook binnen de voedingsnijverheid werden de flexi-sectoren verder uitgebreid. Vanaf het tweede kwartaal van 2024 is het gebruik van flexi-jobs bovendien ook toegelaten in de kinderopvang en het onderwijs. In 2025 werd ook de zeevisserij aan het lijstje toegevoegd. Een gedetailleerde beschrijving van die uitbreidingsgolven is terug te vinden in de administratieve instructies van de RSZ. Binnen die meest recente flexi-sectoren is het gebruik van het systeem bij aanvang nog eerder beperkt, maar de grafiek maakt duidelijk dat dat bij elke uitbreiding het geval was. Eens het systeem ingeburgerd raakt binnen een flexisector, stijgt ook het gebruik ervan.

 

Analyse van de flexi-jobs voor het jaar 2025: Kerncijfers

Bovenstaande grafiek toont dat zowel het aantal flexi-werknemers als het aantal flexi-jobs (arbeidsplaatsen), het arbeidsvolume in VTE en de loonmassa sterk toenamen in 2025 ten opzichte van het jaar voordien. Zo nam het aantal tewerkgestelde flexi-werknemers toe met 14,1% en het aantal flexi-jobs met 14,5%. Het arbeidsvolume nam toe met 19,6% en de loonmassa met 24,5%. Die stijging doet zich in alle flexisectoren voor.

De totalen op jaarbasis laten toe om gegevens af te leiden over de gemiddelde flexi-werknemer en flexi-job. Dat doen we in de onderstaande grafiek. Omdat het onbelast bijverdienen via een flexi-job voor niet gepensioneerde flexi-werknemers in 2024 beperkt was tot 12.000 euro per jaar en tot 18.000 euro per jaar in 2025, geven we hier niet alleen de cijfers voor alle flexi-werknemers samen, maar delen we die groep vervolgens op in flexi-werknemers die jonger zijn dan 65 jaar en flexi-werknemers van 65 jaar of ouder. Van die laatste groep kunnen we aannemen dat het merendeel gepensioneerd is en dus niet onderhevig aan het maximumbedrag. Bovendien vermelden we naast het gemiddelde ook de mediaan (deze centrummaat wordt minder vertekend door hoge waarden). Voor meer informatie over de centrummaten gemiddelde en mediaan verwijzen we naar de methodologische pagina van deze statistieken. 

Bovenstaande grafiek toont dat een flexi-werknemer in 2025 gemiddeld 229,2 uren aan de slag is binnen het systeem van de flexi-jobs. Wanneer we vervolgens een onderscheid maken tussen gepensioneerden en niet gepensioneerden merken we dat gepensioneerden aanzienlijk meer tijd steken in hun flexi-job. Ze zijn in 2025 gemiddeld 429,9 uren aan de slag tegenover 190,8 uren bij de niet gepensioneerden. Zoals eerder aangegeven wordt het gemiddelde sterk beïnvloed door hoge waarden, daarom kijken we ook naar de mediaan en maken we verder op deze pagina (profiel van de werknemer) een indeling naar uurklassen. Van alle flexi-werknemers samen werkt 50% in 2025 tot 126 uren, 50% werkt meer dan 126u. Voor de gepensioneerden bedraagt de mediaan echter 318,5 uren, voor niet gepensioneerden ligt die met 106,2 uren een pak lager. Voor 2024 zijn die cijfers gelijkaardig.

Wanneer we vervolgens kijken naar het jaarloon dan leert de grafiek ons dat een flexi-werknemer in 2025 gemiddeld 3.644,6 euro verdiende in het systeem van de flexi-jobs. Het mediaanloon bedraagt daarentegen 'slechts' 1.896,3 euro per jaar en toont mooi aan waarom de mediaan hier een interessantere centrummaat is dan het gemiddelde. De opdeling gepensioneerd, niet gepensioneerd legt ook hier heel wat verschillen bloot. Een gepensioneerde die er een flexi-job op nahoudt, verdiende daar in 2025 gemiddeld 7.121,1 euro mee terwijl dat voor een niet gepensioneerde om 2.978,9 euro gaat. Het mediaanloon ligt voor die laatste groep op 1.593,9 euro en bedraagt 4.932,5 euro voor de gepensioneerden. De cijfers tonen ook aan dat de verloning steeg in 2025 ten opzichte van 2024.  

 

Het profiel van de flexi-werknemer

Wie zit er nu achter die flexi-job? Zijn het vooral mannen of vrouwen, jongeren of ouderen die naast hun hoofdjob een fexi-job hebben? Hoeveel brengt die flexi-job hen per jaar op en hoeveel uren werken ze daarvoor op jaarbasis als flexi-jobber. Die vragen proberen we hier te beantwoorden. We kijken daarbij niet langer naar het aantal arbeidsplaatsen, maar naar het aantal personen met een flexi-job. We bespreken achtereenvolgens de evolutie naar geslacht, naar leeftijdsklasse, naar uurklassen, naar verloningsklassen en naar woonplaats.

Opdeling naar geslacht

Een eerste grafiek toont ons de opdeling naar geslacht van zowel het aantal personen dat minstens één flexi-job heeft uitgeoefend tijdens het jaar als het arbeidsvolume in VTE dat ze vertegenwoordigen.

Het valt meteen op dat in 2025 meer vrouwen dan mannen kiezen voor een flexi-job (51,7% tegenover 48,3%). Het totaalcijfer van het aantal personen die een flexi-job uitoefenen stijgt aanzienlijk in 2025 ten opzichte van het jaar voordien en ook de verhoudingen man - vrouw evolueren. Hoewel de vrouwelijke flexi-jobbers nog steeds in de meerderheid zijn, neemt het aandeel mannelijke flexi-jobbers licht toe in 2025 ten opzichte 2024. Voor wat betreft het arbeidsvolume in VTE merken we dat het aandeel van de mannelijke flexi-werknemers hoger is dan dat van hun vrouwelijke tegenhangers en dat zowel in 2025 als in 2024. Het verschil is uitgesprokener in 2025 dan in 2024. In 2025 nemen mannen 53,2% van het arbeidsvolume voor hun rekening terwijl dat in 2024 52,1% was.

 

Aantal flexi-werknemers naar leeftijd en geslacht

Onderstaande grafiek geeft de opdeling weer naar leeftijdsklasse en geslacht.

De flexi-jobs blijken voornamelijk populair te zijn bij relatief jonge werknemers die tussen de 25 en 39 jaar oud zijn. In 2025 nam hun aantal nog met 11,9% toe ten opzichte van het jaar voordien.

Op de tweede plaats vinden we de 50 tot 64-jarigen. Hun aandeel neemt ook nog sterk toe in 2025 in vergelijking met 2024 (+16,6%).

We zien echter de grootste groei bij zij die 65 jaar of ouder zijn. In vergelijking tot 2024 stijgt hun aantal in 2025 met 21,3%. Bovendien is deze groei iets sterker bij mannen (+22,7%) dan bij vrouwen (+19,7%).  Dit blijft de enige leeftijdscategorie waar meer mannen dan vrouwen aan de slag zijn als flexi-werknemer.

Ook de jongste groep flexi-werknemers en de groep van 40 tot 49- jarigen kennen een toename in 2025 ten opzichte van 2024.

 

Wanneer we vervolgens het arbeidsvolume in VTE toevoegen aan de verdeling naar leeftijdsklasse (zie grafiek hieronder), zien we hoe de flexi-jobbers van 65 jaar en ouder in 2025 goed zijn voor 16,1% van alle flexi-jobbers. Ze vertegenwoordigen echter 30,3% van het totale arbeidsvolume. Daarmee overstijgen ze het arbeidsvolume van de 25- tot 39-jarigen, die 41,8% van de flexi-jobbers uitmaken en 29,5% van het arbeidsvolume vertegenwoordigen in dat jaar. 

In 2024 maakten de flexi-jobbers van 65 jaar en ouder 15,1% uit van het totaal aantal flexi-jobbers en waren ze goed voor 28,1% van het totale arbeidsvolume. 42,6% van de flexi-jobbers was in dat kwartaal tussen de 25 en 39 jaar oud en zij vertegenwoordigden toen 30,7% van het totale arbeidsvolume.

We kunnen aannemen dat de groep flexi-jobbers van 65 jaar en ouder vooral bestaat uit gepensioneerden die bijgevolg niet alleen veel vrije tijd hebben, maar ook niet onder het toepassingsgebied vallen van het maximumbedrag van 18.000 euro dat jaarlijks belastingvrij mag worden bijverdiend via het systeem van de flexi-jobs.

 

Hoeveel uren werken flexi-werknemers op jaarbasis

De verschillende grafieken die hieronder aan bod komen, laten ons toe een zicht te krijgen op de tijd die de flexi-werknemers op jaarbasis spenderen aan hun flexi-job.

Bovenstaande grafiek geeft de verdeling weer van het aantal flexi-werknemers naar het aantal gewerkte uren op jaarbasis - in uurklassen - en geslacht. De grafiek toont aan dat het gros van de flexi-werknemers eerder beperkt bijklussen. Zo spenderen meer dan 116.000 flexi-werknemers minder dan 100 uur aan hun flexi-job in 2025. Ook de andere uurklassen onder de 300 gewerkte uren bevatten relatief grote aantallen flexi-werknemers. Aan het andere uiteinde van het spectrum zien we dat er in 2025 6.383 flexi-werknemers meer dan 1.000 uren presteren in het systeem van de flexi-jobs. Deze 2,5% van de flexi-werknemers presteren samen 13,9% van de flexi-uren.

 

De bijkomende grafieken hieronder gaan nog wat dieper in op de tijd die de flexi-werknemers op jaarbasis spenderen aan hun flexi-job. Bij de grafieken hoort een belangrijke kanttekening om ze op de juiste manier te interpreteren. We werken met verschillende kleine staafdiagrammen naast elkaar, maar om onze grafieken leesbaar te houden, heeft elk van de schaaldiagrammen een eigen schaal. De hoogte van de staaf in de ene grafiek kan dus niet zomaar vergeleken worden met de grafiek ernaast, erboven of eronder zonder ook naar de schaal en de absolute aantallen te kijken. Die gegevens zijn echter ook prominent zichtbaar in de grafieken om interpretatiefouten te voorkomen.    

Bovenstaande grafiek geeft de evolutie weer van het aantal gewerkte uren op jaarbasis - in uurklassen - van 2016 tot 2025. De verschillende subgrafieken geven duidelijk aan dat het aantal flexi-werknemers jaar na jaar stijgt en dat in alle uurklassen. Het jaar 2020 is hier de uitzondering, maar de daling is dat jaar toe te schrijven aan de Covid maatregelen.     

 

De grafiek hierboven geeft de verdeling van het aantal flexi-werknemers weer naar uurklassen en leeftijdsklassen en dit zowel voor 2024 als 2025. Het valt op dat de flexi-werknemers binnen de leeftijdsklasse van 25 tot en met 39 jaar een dominante positie innemen in de verschillende uurklassen tot 500 gewerkte uren op jaarbasis en dat zowel in 2024 als in 2025. In de uurklassen daarboven nemen de 50 tot en met 64-jarigen en vooral de flexi-werknemers van 65 jaar en ouder de leiding over. Dat is al het geval in 2024, maar vooral in 2025 merken we dat die laatste groep aan een opmars bezig is en dominant wordt eens de 600 gewerkte uren overschreden worden. Van die groep kunnen we aannemen dat het merendeel onder hen gepensioneerd is. We toonden eerder al aan dat de populariteit van de flexi-tewerkstelling in 2025 sterk toeneemt onder de gepensioneerden.

Onderstaande grafiek voegt de verdeling naar geslacht toe en maakt zo een vergelijking mogelijk tussen vrouwelijke en mannelijke flexi-werknemers.

 

Hoeveel brengt een flexi-job op jaarbasis op?

Hieronder gaan we dieper in op de opbrengst van een flexi-job op jaarbasis. We bespraken hierboven al het gemiddelde jaarloon en het mediaanjaarloon, maar hier bekijken we de verdeling van het totale aantal flexi-werknemers naar loonklasse.

De grafiek hierboven toont aan dat de meeste flexi-werknemers onder de 12.000 euro per jaar blijven. Dat geldt zowel voor 2025 als voor 2024. 

Hieronder duiken we iets dieper in de cijfers. Bij de grafieken die we hiervoor gebruiken, hoort er opnieuw een belangrijke kanttekening om ze op de juiste manier te interpreteren. We werken opnieuw met verschillende kleine staafdiagrammen naast elkaar, maar om onze grafieken leesbaar te houden, heeft elk van de schaaldiagrammen ook hier een eigen schaal. De hoogte van de staaf in de ene grafiek kan dus niet zomaar vergeleken worden met de grafiek ernaast, erboven of eronder zonder ook naar de schaal en de absolute aantallen te kijken. Die gegevens zijn echter ook hier weer prominent zichtbaar in de grafieken om interpretatiefouten te voorkomen. 

Bovenstaande grafiek vat de evolutie samen van de verloning op jaarbasis - in loonklassen - van 2016 tot 2025. Ook hier maken de subgrafieken duidelijk dat het aantal flexi-werknemers jaar na jaar stijgt en dat in alle loonklassen. Het jaar 2020 is hier opnieuw de uitzondering, maar de daling is dat jaar toe te schrijven aan de Covid-maatregelen. De grafiek toont ook aan dat de overgrote meerderheid onder de 12.000 euro per jaar blijft. Zoals eerder al aangehaald is dat voor 2024 niet verwonderlijk gezien de geldende limiet die vanaf dat jaar voor de niet-gepensioneerde flexi-werknemers van kracht was. Voor 2025 werd de limiet verhoogd tot 18.000 euro. Ook in de jaren voordien blijkt het merendeel van de flexi-werknemers onder de 12.000 euro per jaar te blijven. Er zijn echter uitzonderingen. In 2025 waren er 1.951 flexi-werknemers die op jaarbasis 24.000 euro of meer verdienden met hun flexi-job. In 2024 ging het om 1.293 flexi-werknemers. Ook in de jaren voordien zijn er wel wat grootverdieners te vinden. 

De grafiek hierboven toont de verdeling van het aantal flexi-werknemers naar loonklassen en leeftijdsklassen en dit zowel voor 2024 als 2025. Het valt op dat de flexi-werknemers binnen de leeftijdsklasse van 25 tot en met 39 jaar het overgewicht hebben in de verschillende loonklassen tot 6.000 euro per jaar in 2025. In 2024 domineert die leeftijdsklasse alle loonklassen tot 8.000 euro. In de hogere loonklassen komen de 50- tot en met 64-jarigen en vooral de flexi-werknemers van 65 jaar en ouder opzetten. Van die groep kunnen we aannemen dat het merendeel onder hen gepensioneerd is en dus niet onderworpen is aan de in 2024 ingevoerde beperking van 12.000 euro die ondertussen in 2025 verhoogd werd tot 18.000 euro. Het valt op dat er in 2025 ook een beperkt aantal jongere flexi-werknemers over de grens van 18.000 euro gaan. De overschrijding belet immers niet om nog flexi-jobs uit te oefenen, maar het loon boven plafond wordt wel fiscaal belast.  

Onderstaande grafiek voegt de verdeling naar geslacht toe en maakt zo een vergelijking mogelijk tussen vrouwelijke en mannelijke flexi-werknemers.

Voor hoeveel verschillende werkgevers werken flexi-werknemers tijdens het jaar?

Bovenstaande grafiek geeft een verdeling weer van het aantal flexi-werknemers naar leeftijdsklasse en het aantal verschillende werkgevers waarvoor ze tijdens het jaar werken en dit zowel voor 2025 als 2024. De grafiek maakt duidelijk dat het gros van de flexi-werknemers zowel in 2025 als in 2024 slechts bij één werkgever aan de slag was en dat over alle leeftijdscategorieën heen. Maar dat neemt niet weg dat er ook nog wel wat flexi-werknemers voor twee en zelfs drie werkgevers werkten. Het gaat dan voornamelijk om flexi-werknemers in de leeftijdsklassen 25 tot en met 39 jaar. Zoals eerder al aangegeven is dat de groep die het best vertegenwoordigd is in de populatie flexi-werknemers.  

 

Aantal flexi-werknemers naar woonplaats van de flexi-werknemer

Door de gemeentefusies die zijn ingegaan op 01/01/2025 worden ook enkele arrondissementsgrenzen en provinciegrenzen hertekend. De gegevens met betrekking tot 2025 en later worden gepubliceerd op basis van de nieuwe gemeentecodes en volgens de bijhorende indeling in arrondissementen en provincies. Om die gegevens te kunnen vergelijken met de gegevens van een jaar eerder gebruiken we hier ook voor de gegevens uit 2024  die nieuwe gemeentecodes en bijhorende indeling in arrondissementen. We creëren als het ware een fictieve situatie waarin de nieuwe gemeentefusies al van kracht waren in 2024.
Bovendien kende de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ) tot eind 2024 problemen met het up to date houden van de woonplaatsgegevens en dat had ook gevolgen voor onze statistieken. De onnauwkeurigheden werden ondertussen gecorrigeerd voor wat betreft de data uit 2024. De onderstaande grafiek is voor wat betreft 2024 dan ook gebaseerd op de gecorrigeerde woonplaatsgegevens waardoor de cijfers kunnen afwijken van eerder gepubliceerde verdelingen naar woonplaats voor 2024. In de ruwe data vindt u zowel de gecorrigeerde gegevens als de gegevens die we in het verleden publiceerden op basis van afwijkende KSZ-data. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen we naar de rubriek 'Belangrijke aandachtspunten voor tijdsreeksen vanaf 2025' op de landingspagina van de directie statistiek.  

 

Onderstaande grafieken geven een zicht op de geografische spreiding van het aantal flexi-werknemers en het arbeidsvolume in VTE op basis van de woonplaats van de flexi-werknemer.

Het valt onmiddellijk op dat het systeem zowel in 2024 als in 2025 populairder is in Vlaanderen dan in Wallonië en Brussel, maar zowel in het Waals als het Brussels hoofdstedelijk gewest neemt het aandeel flexi-werknemers toe in 2025 ten opzichte van het jaar voordien. Ook binnen het Vlaams en Waals gewest zijn er grote verschillen merkbaar zoals blijkt uit onderstaande grafiek.

In het 2025 is het arrondissement Antwerpen de absolute koploper op gebied van flexi-tewerkstelling met een totaal van 29.939 flexi-werknemers. Het arrondissement Gent is goed voor de tweede plaats met 18.300 flexi-werknemers. Daarna volgen de arrondissementen Turnhout en Hasselt met respectievelijk 15.896 en 15.236 flexi-werknemers en de arrondissementen Leuven (13.634 flexi-werknemers), Brugge (13.476 flexi-werknemers), Halle-Vilvoorde (13.233 flexi-werknemers), Mechelen (11.858 flexi-werknemers), Kortrijk (11.178 flexi-werknemers) en Aalst (10.091 flexi-werknemers). De flexi-tewerkstelling in de andere arrondissementen situeert zich onder de 9.000 flexi-werknemers. Dat geldt evenzeer voor de Waalse arrondissementen waar Luik de koploper is met 6.952 flexi-werknemers. In de 2024 zijn de cijfers lager, maar de rangorde blijft gelijk. 

Het profiel van de werkgever

In 2025 deden 52.933 ondernemingen een beroep op flexi-jobbers – een toename van 12% ten opzichte van 2024 wanneer het om 47.472 werkgevers ging. Ondernemingen kunnen deze flexi-jobbers ofwel volledig zelf aanwerven - 31.617 werkgevers waren in dat geval in 2025 en 29.263 in 2024 - ofwel als gebruiker beroep doen op een uitzendkantoor (15.773 ondernemingen in 2025 en 13.234 in 2024) ofwel beide opties combineren. 5.543 ondernemingen waren in dat laatste geval in 2025 en 4.975 in 2024.

Voor de 37.160 werkgevers die zelf hun flexi-jobbers tewerkstellen in 2025 stelden we vast dat: 61% van hen in de 4 kwartalen van het jaar 2025 beroep deden op flexi-jobbers, terwijl 14% in één enkel kwartaal flexi-werknemers had. 88,2% van die werkgevers hadden in 2025 naast flexi-jobbers ook “klassieke” werknemers in dienst en 65,8% van werkgevers met flexi-jobs deed ook beroep op studentenjobs. Slechts een minderheid (7,3%) deed uitsluitend een beroep op flexi-jobbers.

Hieronder gaan we dieper in op die 37.160 werkgevers en vergelijken de cijfers met de situatie van de 34.238 werkgevers die in 2024 zelf hun flexi-jobbers tewerkstelden. 

Verdeling werkgevers naar tewerkstellingstype werknemers

Onderstaande grafiek toont aan dat 88,3% van de werkgevers die in 2025 een beroep deden op flexi-jobbers ook klassieke werknemers in dienst hadden. 62,4% van de werkgevers combineerde de flexi-tewerkstelling met klassieke tewerkstelling en jobstudenten. Bij die werknemers lag het arbeidsvolume dat gepresteerd werd door de jobstudenten bovendien hoger dan het arbeidsvolume pepresteerd door de flexi-jobbers. 27% van de werkgevers combineerde de flexi-tewerkstelling met klassieke tewerkstelling. Slechts een minderheid (7,3%) deed in 2025 enkel een beroep op flexi-jobbers die goed waren voor een arbeidsvolume ban 567,9 VTE. Slechts 4,5 % van de werknemers combineerde de flexi-tewerkstelling enkel met studententewerkstelling. Bij die werkgevers lag het arbeidsvolume dat gepresteerd werd door de flexi-jobbers wel licht hoger dan dat gepresteerd door de jobstudenten. In 2024 zien we gelijkaardige verhoudingen.

 

Wanneer worden de flexi-jobs ingezet

Onderstaande grafiek vat samen wanneer de werkgevers gebruik maken van flexi-jobs gedurende het jaar. Het valt onmiddellijk op dat het grootste deel van de werkgevers die een beroep doen op flexi-jobbers dat doen gedurende de vier kwartalen van het jaar en dat zowel in 2024 als in 2025. In 2024 ging het om 57,3% en in 2025 om 61%.

11,8% van de werkgevers die gebruik maken van flexi-jobs doen dat gedurende drie kwartalen in 2025, 12,8% tijdens twee kwartalen per jaar en 14,4% beperkt het gebruik van de flexi-jobbers tot 1 kwartaal per jaar in 2025. In 2024 vinden we gelijkaardige verhoudingen. 

Wanneer we meer in detail kijken dan stellen we vast dat bij de werkgevers die gedurende drie kwartalen van het jaar gebruik maakten van flexi-jobs, de combinatie van het tweede, derde en vierde kwartaal de populairste periode was en dat zowel in 2024 als 2025. Bij de werkgevers die het gebruik van flexi-tewerkstelling beperken tot twee kwartalen blijkt de combinatie van het derde en het vierde kwartaal de voorkeur weg te dragen in 2024 en 2025. De werkgevers die slechts gedurende één kwartaal flexi-jobbers inzetten doen dat vooral in het vierde kwartaal en dat zowel in 2024 als in 2025.

 

Evolutie van de flexi-tewerkstelling per flexi-sector 

In welke activiteitstakken zijn die flexi-werknemers nu aan de slag? Daarvoor kijken we zowel naar het aantal flexi-werknemers als het VTE per flexi-sector. We vergelijken de situatie in 2025 met die in 2024. De onderstaande grafiek vat die informatie samen. 

Commentaar

De grafiek toont een algemene stijging van het aantal flexi‑jobwerknemers en van het arbeidsvolume in VTE in alle sectoren tussen 2024 en 2025. De gegevens wijzen zowel op een verdere consolidatie in sectoren die reeds intens gebruikmaken van flexi‑jobs (horeca, handel) als op een geleidelijke opmars van de nieuwe sectoren.

Horeca 

In de horeca is het systeem van de flexi-job helemaal ingeburgerd. In 2025 nam het aantal flexi-jobs nog licht toe met 4,3% ten opzichte van het jaar voordien. Het arbeidsvolume in VTE nam in 2024 toe met 7,4% tegenover 2023.    

Handel 

In 2018 trad ook de handel toe tot het systeem van de flexi-jobs en ook daar winnen de flexi-jobs nog steeds aan populariteit. Ten opzichte van 2024, steeg het aantal flexi-jobs in de handel in 2025 met 18,4%. Het arbeidsvolume nam toe met 20,9%.   

Voeding – bakkerij 

Bakkers mogen sinds 2018 gebruik maken van het systeem en ook daar is het gebruik van flexi-jobs nog steeds aan een opmars bezig. Ten opzichte van 2024, steeg het aantal flexi-jobs in 2025 met 7,0%. Het arbeidsvolume in VTE steeg in dezelfde periode met 11,7%. Het is niet onbelangrijk om op te merken dat het hier zowel gaat om de flexi-jobs gelinkt aan het verkopen van brood en banket als de flexi-jobs die te maken hebben met de productie daarvan.

Kappers en schoonheidssalons 

Hoewel ze ook al sinds 2018 tot de flexi-sectoren behoren, maken kappers en schoonheidssalons slechts in beperkte mate gebruik van het systeem van flexi-jobs. Niettemin steeg ook hier het aantal flexi-jobs met 8,5% in 2024 in vergelijking tot het jaar voordien. Het arbeidsvolume steeg met 14,3%. 

Zorg en gezondheid 

Vanaf 2023 kwamen ook de zorg- en gezondheidssector in aanmerking voor flexi-jobs (weliswaar met uitzondering van verpleegkundige taken). Die nieuwe flexi-sectoren hebben aanvankelijk wat tijd nodig om het systeem ook daadwerkelijk in te zetten, maar na verloop van tijd vindt het gebruik van flexi-jobs toch ingang. Dat was ook hier het geval en dat blijkt duidelijk uit de cijfers. Het aantal flexi-jobs steeg  met 36,5% en het VTE nam met 49,4% toe in 2025 in vergelijking met het jaar voordien. 

Publieke sector op provinciaal en lokaal niveau  

De publieke sector op provinciaal en lokaal niveau wordt hier afzonderlijk vermeld, maar het merendeel van de flexi-jobs die zij inzetten, situeren zich in de zorg- en gezondheidssector. Ook hier zien we zowel qua aantal flexi-jobs als arbeidsvolume een sterke toename in 2025 ten opzichte van 2024, al blijven de aantallen hier toch nog eerder beperkt.  

Sport- en cultuur 

Ook binnen die andere uitbreiding uit 2023, sport- en cultuur, zien we een sterke stijging van het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in 2025 ten opzichte van 2024. Sinds 1 januari 2024 bevat deze flexi-sector bovendien ook de functie van redder.     

De in 2024 toegevoegde nieuwe flexi-sectoren  – vervoer en logistiek, begrafenisondernemingen, garages, land- en tuinbouw, voeding-overige, autorijscholen, beheer van gebouwen, evenementensector, kinderopvang en onderwijs – blijven kwantitatief bescheiden, maar kennen een sterke groei tussen 2024 en 2025. Flexi-jobs winnen er duidelijk aan populariteit. De sterkste stijgingen zijn zichtbaar in de garages, het beheer van gebouwen en de categorie ‘voeding-overige’: daar is het aantal flexi-jobs bijna verdubbeld en is het arbeidsvolume zelfs meer dan verdubbeld. Andere sectoren, zoals land- en tuinbouw en autorijscholen, groeien trager en behouden een beperkt aandeel.

De zeevisserij werd pas toegevoegd aan de flexi-sectoren in 2025. Het aantal flexi-jobs en het arbeidsvolume in VTE zijn er dan ook nog eerder beperkt. 

 

Uitzendarbeid 

De flexi-jobs kunnen in de verschillende flexi-sectoren worden ingezet door uitzendondernemingen. Uitzendondernemingen zetten ook in op tools om ondernemingen makkelijk hun flexi-jobs te laten beheren. Ten opzichte van het voorgaande jaar, steeg het aantal flexi-jobs via de uitzendsector in 2025 met 20,7%. Het arbeidsvolume steeg met 25,7%.

 

Evolutie van de populatie flexi-werknemers per flexi-sector

Naar geslacht

Onderstaande grafiek geeft de opdeling weer van de flexi-werknemers naar geslacht per flexi-sector. 

Het is opmerkelijk dat vrouwelijke flexi-werknemers de flexisectoren die al langer bestaan domineren en dat zowel in 2024 als in het jaar voordien. Maar, de nieuwe flexi-sectoren die er in 2024 bijkwamen lijken daar voor een omslag te zorgen. Ze worden (voorlopig) gedomineerd door mannelijke flexi-werknemers. Dat valt mede te verklaren doordat een aantal van die nieuwe flexi-sectoren duidelijk meer mannelijke werknemers aantrekken. We denken dan vooral aan de flexi-sectoren transport en logistiek, begrafenisondernemingen en autorijscholen. In het onderwijs zijn dan weer evenveel mannelijke als vrouwelijke flexi-werknemers aan de slag in 2025. In de kinderopvang zien we daarentegen opnieuw eerder vrouwelijke dan mannelijke flexi-jobbers. Dat is niet het geval in de allernieuwste flexi-sector, de zeevisserij, die bijna uitsluitend mannelijke flexi-jobbers aantrekt in 2025. Het gaat voorlopig echter om slechts 38 flexi-werknemers. 

In 2024 zien we een gelijkaardige verdeling.

 

Opdeling naar leeftijd

Vervolgens kijken we naar de opdeling naar leeftijdsklasse per flexi-sector. 

De grafiek toont een duidelijke differentiatie van de sectoren volgens de leeftijd van de flexi‑werknemers. Twee grote trends komen duidelijk naar voren: enerzijds sectoren die gedomineerd worden door 25‑ tot 39‑jarigen, en anderzijds sectoren waarin oudere werknemers, vooral 50‑plussers, een centrale plaats innemen.

De “jongste” sectoren zijn sport en cultuur (55% van de werknemers is tussen 25 en 39 jaar), kappers en schoonheid (53%), de evenementensector (49%) en de horeca (46%). 

Daartegenover staan verschillende sectoren die sterk steunen op oudere werknemers. De aanwezigheid van 65‑plussers is bijzonder opvallend in sommige sectoren. Hun aandeel is zeer hoog in het onderwijs (63%), de uitvaartsector (51%), vervoer en logistiek (47%), autorijscholen (45%), beheer van gebouwen (41%) en garages (38%). Dit zijn recente flexi‑sectoren.

Sectoren zoals de handel en de voeding‑bakkerij vertonen een meer evenwichtige leeftijdsstructuur: 25‑ tot 39‑jarigen blijven er de grootste groep, maar ook 50‑plussers nemen er een belangrijke plaats in.

In bijna alle sectoren blijven jongeren onder de 25 jaar in de minderheid.

In 2024 zagen we gelijkaardige verhoudingen.

 

 

Toelichting van de gebruikte methodologie

Hier lichten we de specifieke methodologie toe die we gebruikten voor de statistieken over de flexi-tewerkstelling. We bespreken achtereenvolgens de specifieke tellingsmethode, de variabelen, de kenmerken eigen aan de werkgever en de kenmerken eigen aan de werknemer.  

Bovendien focussen we hier op de jaarstatistieken. Gezien er sinds 2024 een beperking is op het jaarlijks loon dat een flexi-werker onbelast mag bijverdienen - momenteel gaat het om 12.000 EUR - laten de jaarstatistieken ons toe om een duidelijk beeld te schetsen van de mate waarin flexi-jobbers hun inkomen uit hun reguliere job aanvullen met een inkomen uit het bijzondere systeem van de flexi-tewerkstelling. Die beperking geldt echter niet voor wie gepensioneerd is, maar onze jaarstatistieken werpen ook een licht op de hoogte van de bijverdienste van de gepensioneerde flexi-jobber.   

De specifieke tellingsmethode

Een aantal van de bijzondere tewerkstellingsvormen zoals de flexi-jobs, het gelegenheidswerk en de extra's in de horeca zijn als zodanig herkenbaar in de kwartaalaangifte op basis van de specifieke regelingen die voor hen zijn uitgewerkt. Dat geeft ons de mogelijkheid om voor die specifieke gevallen de klassieke telling op het einde van het kwartaal te laten vallen, en een telling te doen doorheen het kwartaal of het jaar

 

De variabelen

Het aantal flexi-jobs:

Deze variabele geeft het aantal flexi-arbeidsplaatsen weer en houdt geen rekening met de persoon die de flexi-job uitoefent. Dat betekent concreet dat twee flexi-jobs die door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend, als twee jobs in de statistieken worden opgenomen. Het gaat ons namelijk om het aantal flexi-arbeidsplaatsen ongeacht door hoeveel personen die worden ingevuld. Het is ook belangrijk om op te merken dat we hier geen gebruik maken van de klassieke telmethode op het einde van het kwartaal. Voor deze statistieken tellen we het aantal flexi-arbeidsplaatsen doorheen het kwartaal of het jaar en we laten ook de link werkgever - werknemer los. 

Het aantal flexi-werknemers:

Deze variabele telt het aantal personen met een flexi-job doorheen het kwartaal of het jaar en wijkt dus af van de klassieke telmethode die naar het einde van het kwartaal kijkt. Hier ligt de focus op de persoon achter de flexi-job. De telmethode berust op het elimineren van dubbeltellingen. Indien meerdere flexi-jobs door één en dezelfde persoon worden uitgeoefend, zal de persoon in deze statistieken toch maar één keer voorkomen (dat is niet het geval bij de variabele 'aantal flexi-jobs' zoals hierboven uiteengezet). Wanneer het aantal flexi-werknemers wordt verdeeld naar werkgeverskenmerken (bijv. de flexi-sectoren) dan wordt de flexi-werknemer toegewezen aan de kenmerken van zijn "belangrijkste" flexi-job (de job met hoogste loon voor de ganse periode). 

Het gemiddeld aantal gewerkte uren per flexi-werknemer:

Het gemiddelde aantal uren is het quotiënt van de som van het aantal aangegeven uren en het totale aantal flexi-werknemers. Omdat het gemiddelde als centrummaat sterk wordt beïnvloed door outliers (uitzonderlijk hoge of lage waarden), vermelden we in onze statistieken ook de mediaan van het aantal gewerkte uren (zie hieronder).

De mediaan van het aantal gewerkte uren

De mediaan van het aantal uren geeft de middelste waarde weer wanneer de gepresteerde uren van de verschillende flexi-werknemers worden gerangschikt van laag naar hoog (bij een oneven totaal aantal flexi-werknemers is de mediaan één specifiek getal; bij een even totaal aantal flexi-werknemers is de mediaan het gemiddelde van de twee 'middelste' getallen in de reeks). Met andere woorden, 50% van de flexi-werknemers zal minder (of evenveel) uren presteren dan de mediaanwaarde en de andere 50% zal (evenveel of) meer uren presteren dan de mediaanwaarde. De mediaan is een centrummaat die minder onderhevig is aan outliers en dit in tegenstelling tot het gemiddelde.  

De uurklassen:

Om nog een beter zicht te krijgen op de tijd die de flexi-werknemers op jaarbasis aan hun flexi-job spenderen, maken we gebruik van uurklassen die toenemen in schijven van 100 uren. In onze statistieken geven we dan de verdeling van de flexi-werknemers naar uurklasse, leeftijd en geslacht. 

De bezoldiging (het loon):

De bezoldigingen die we vermelden in onze statistieken over de flexi-jobs komen overeen met het brutoloon van de werknemers. In tegenstelling tot de meeste andere tewerkstellingsvormen zijn er in het geval van flexi-jobs geen RSZ- werknemersbijdragen verschuldigd en worden die bezoldigingen ook niet belast. Daardoor komt het brutoloon hier overeen met het nettoloon dat de flexi-jobber ontvangt. Op dit brutoloon is een werkgeversbijdrage verschuldigd van 28%. Voor de algemene definitie van het concept bezoldiging zoals we het gebruiken op onze website verwijzen we naar onze globale methodologie.

Het gemiddeld loon per flexi-werknemer:

Het gemiddelde loon is het quotiënt van de som van de aangegeven lonen en het totale aantal flexi-werknemers. Omdat het gemiddelde als centrummaat sterk wordt beïnvloed door outliers (uitzonderlijk hoge of lage waarden), vermelden we in onze statistieken ook het mediaanloon (zie hieronder).

Het mediaanloon

Het mediaanloon geeft de middelste waarde weer wanneer de lonen van de verschillende flexi-werknemers worden gerangschikt van laag naar hoog (bij een oneven totaal aantal flexi-werknemers is de mediaan één specifiek getal; bij een even totaal aantal flexi-werknemers is de mediaan het gemiddelde van de twee 'middelste' getallen in de reeks). Met andere woorden, 50% van de flexi-werknemers zal een lager (of identiek) loon ontvangen dan de mediaanwaarde en de andere 50% zal een (identiek of) hoger loon ontvangen dan de mediaanwaarde. De mediaan is een centrummaat die minder onderhevig is aan outliers en dit in tegenstelling tot het gemiddelde.  

De loonklassen:

Komen de meeste flexi-werknemers nu in de buurt van het in 2024 ingevoerde loonplafond van 12.000 euro of blijven ze daar toch een heel stuk onder? En hoe zit het met de gepensioneerde flexi-jobbers, verdienen zij meer bij dan de niet gepensioneerden? Ze hoeven zich niet aan het loonplafond te houden en hebben in principe meer tijd dus dat zou niet onlogisch zijn. Om deze vragen te beantwoorden maken we gebruik van loonklassen die stijgen in schijven van 2.000 euro. We geven in onze statistieken de verdeling van het aantal flexi-werknemers naar loonklasse, geslacht en leeftijdsklasse. 

Het arbeidsvolume in VTE

Bovenstaande variabelen geven een beeld van aantallen betrokken werknemers, het aantal gepresteerde uren en het loon dat daar tegenover staat, maar nog relevanter als economische parameter is het volume van de flexi-tewerkstelling tijdens een periode. De prestaties van alle flexi-werknemers moeten aangegeven worden in uren. Maar deze uren kunnen gepresteerd worden bij een gebruiker waar een 36-uren werkregeling geldt, of bij een gebruiker waar 38 uur per week wordt gewerkt. Daarom worden de uren van de flexi-werknemer omgezet naar het volume van een voltijdse werknemer die bij dezelfde gebruiker tijdens een volledige periode zou gewerkt hebben: het voltijdsequivalent (dat ook in onze andere statistische publicaties gebruikt wordt, wat ons ook toelaat om voor deze variabele een langere tijdsreeks aan te bieden). 

Voor de jaarstatistieken rapporteren we het arbeidsvolume in VTE op jaarbasis. Dit betekent dat we het arbeidsvolume van de werknemer over de vier kwartalen vergelijken met de prestaties van een voltijdse werknemer over een volledig jaar. In de praktijk komt dit dus neer op het gemiddelde arbeidsvolume in VTE over de vier kwartalen.  Zo vertegenwoordigt iemand die zowel in het eerste als in het tweede kwartaal een arbeidsvolume van 1 VTE presteert en niet werkt in het derde en vierde kwartaal 0,5 VTE in het desbetreffende jaar.   

Kenmerken eigen aan de werkgever

Het toepassingsgebied van de flexi-jobs en de link met de ‘flexi-sectoren’

Om het toepassingsgebied van flexi-jobs af te bakenen – bij welke werkgevers voor welke functies – maakt de wetgever gebruik van verschillende criteria, en deze zijn in de loop van de tijd al meerdere keren aangepast. Bijkomende informatie omtrent de reglementering is te vinden op de website van de FOD WASO of in de administratieve instructies van de RSZ die online raadpleegbaar zijn. 

Voor onze flexi-job-statistieken proberen we een benadering te maken van het specifieke toepassingsgebied waartoe de flexi-job behoort. Voor deze ad-hoc-classificatie in ‘flexi-sectoren’ baseren we ons zo goed mogelijk op de criteria die opgesomd staan in de administratieve instructies van de RSZ, met name paritair comité, werkgeverscategorie, Nacebel-code van werkgever of functie. Deze indeling in flexi-sectoren wijkt dus af van de gebruikelijke activiteitsindeling op basis van de hoofdactiviteit van de werkgever (NACE). De toewijzing aan een flexi-sector is niet altijd eenduidig, en niet alle criteria konden in de afbakening weerhouden worden, zodat een beperkt aantal gevallen niet of niet volledig correct konden worden bepaald.

Voor flexi-jobs die worden tewerkgesteld via een uitzendonderneming kan deze ad-hoc-classificatie niet gebruikt worden. Ze vormen een aparte flexi-sector.

Download hier het codebestand waarin activiteiten in flexi-sectoren worden ingedeeld.

 

Kenmerken eigen aan de werknemer

Woonplaats

Voor de woonplaats van de flexi-werknemer maken we een opdeling per bestuurlijk arrondissement. België telt 43 bestuurlijke arrondissementen. We maken daarvoor gebruik van de NIS-code van Statbel. Het betreft de hoofdverblijfplaats van de flexi-werknemer op het einde van het kwartaal of jaar afhankelijk van het feit of het om jaar- of kwartaalstatistieken gaat.

Deze geografische spreiding is een goede benadering voor de spreiding volgens plaats van tewerkstelling. We gaan er namelijk van uit dat de gemiddelde flexi-werknemer op zoek gaat naar een flexi-job dicht bij huis om de pendelafstand te beperken.

We maakten hier de keuze om te werken het werknemerskenmerk 'woonplaats' en niet met het werkgeverskenmerk 'plaats van tewerkstelling'. Onze data laten nochtans ook dat type bevraging toe, maar de flexi-jobs die worden geregeld via de interimsector zorgen daar voor een vertekend beeld. De plaats van tewerkstelling is in die gevallen eerder virtueel (in essentie gaat het dan om de sociale zetel van het interimkantoor).

Voor meer informatie over dit werknemerskenmerk verwijzen we naar de toelichting van globale methodologie van onze statsitieken.    

Leeftijd

De verschillende flexi-werknemers worden ingedeeld in één van de volgende 5 leeftijdsklassen: jonger dan 25 jaar; van 25 tot en met 39 jaar; van 40 tot en met 49 jaar; van 50 tot en met 64 jaar en 65+. Het betreft de leeftijd van de flexi-werknemer op het einde van het kwartaal of het jaar afhankelijk van het feit of het om jaar- of kwartaalstatistieken gaat.

Geslacht

Voor wat het geslacht van de flexi-werknemers betreft, maken we gebruik van de klassieke opdeling vrouw-man zoals gebruikelijk is in onze statistieken.