Arbeidsmarktanalyse voor het eerste kwartaal 2022

Ten opzichte van dezelfde periode in 2021 vertoonde de loontrekkende tewerkstelling in het eerste kwartaal 2022 een beeld van sterke heropleving.

In het eerste kwartaal 2022 werden een aantal coronamaatregelen afgebouwd. Deze beperkingen waren ook veel minder ingrijpend dan tijdens het eerste kwartaal 2021. Het aantal mensen met een job (tewerkgestelde werknemers) steeg sterk (+2,2%), maar het aantal jobs (arbeidsplaatsen) (+3,1%) nam nog sterker toe. De sterkere stijging van het aantal arbeidsplaatsen is het gevolg van de bijzonder sterke groei van het aantal flexijobs, jobs die meestal ingevuld zijn door mensen die reeds een andere job hebben.

Het gepresteerde arbeidsvolume (uitgedrukt in voltijdsequivalenten) herstelde sterk (+5,8%), door de beperktere impact van coronamaatregelen op tijdelijke werkloosheid en door de aangetrokken groei.

Coronacrisis en arbeidsmarkt

De volledige of gedeeltelijke sluiting van heel wat ondernemingen uit zich in hoofdzaak op twee manieren op de arbeidsmarkt: het toepassen van tijdelijke werkloosheid en het stopzetten of niet hernieuwen van tijdelijke contracten. Die fenomenen zijn beide zichtbaar in de cijfers, zij het op een andere manier.

Bij tijdelijke werkloosheid blijft de band tussen werknemer en werkgever behouden, maar worden geen of slechts gedeeltelijke prestaties verricht. Dat geeft een directe daling van het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten.

Het stopzetten of niet hernieuwen van tijdelijke contracten geeft vooral in de sectoren waar veel zeer tijdelijke contracten voorkomen (uitzendsector, horeca,…) een onmiddellijke daling van het aantal arbeidsplaatsen. Omdat deze zeer tijdelijke jobs vaak bijkomende jobs zijn (zoals de flexi-jobs in de horeca), is de daling van het aantal tewerkgestelde werknemers minder uitgesproken. Ook het verlies aan arbeidsvolume van deze jobs is eerder beperkt.

Sectoranalyse

Methodologische noot

Er werd een methodologische aanpassing doorgevoerd als gevolg van een wijziging in de RSZ-aangifte. Hierdoor worden nu alle lokale mandatarissen (burgemeesters, schepenen,..) meegeteld, ook als ze reeds sociale bescherming genoten uit hoofde van een andere hoedanigheid of een andere beroepsactiviteit.  Ook worden vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers opgenomen indien ze een minimum aan vergoedingen hebben voor niet-uitzonderlijke prestaties. Hierdoor worden een 5.500 arbeidsplaatsen extra geteld, het aantal tewerkgestelde werknemers (personen met een job) neemt hierdoor toe met ongeveer 2.500 eenheden en het toegevoegde arbeidsvolume in voltijdsequivalenten bedraagt ongeveer 3.400. Deze aanpassing is geconcentreerd in de sector “Openbaar bestuur” en zit volledig onder de “overheidssector – plaatselijke en provinciale besturen”.  

Landbouw, bosbouw en visserij

In de land- en tuinbouw bestaat de loontrekkende tewerkstelling in belangrijke mate uit seizoensarbeid in de vorm van gelegenheidsarbeid. Het aantal arbeidsplaatsen op 31 maart 2022 was 1,3% hoger dan in 2021. Het arbeidsvolume lag in het eerste kwartaal 3,3% hoger dan in het eerste kwartaal 2021.

Industrie en bouw

De opgelegde coronamaatregelen hadden niet veel directe invloed op de industrie en de bouw. De evolutie in de industrie en bouw wordt meer bepaald door de vraag naar goederen en de aanlevering van grondstoffen en onderdelen.

In het eerste kwartaal 2022 steeg in de “Industrie, energie en Bouw” zowel het aantal arbeidsplaatsen (+1,4% t.o.v. 2021) als het arbeidsvolume (+4,3 % t.o.v. 2021).

In de meeste deelsectoren steeg het arbeidsvolume en het aantal arbeidsplaatsen ten opzichte van het eerste kwartaal 2021. De sterkste groeiers zijn de farmaceutische nijverheid (+3,9% in arbeidsplaatsen en +3,7% in arbeidsvolume), de voedingsnijverheid (+2,6% in arbeidsplaatsen en +5,3% in arbeidsvolume) en de “Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, n.e.v” (+2,9% in arbeidsplaatsen en +5,4% in arbeidsvolume). De sector ‘Vervaardiging van transportmiddelen’ blijft achter, met een daling van het aantal arbeidsplaatsen en slechts een lichte stijging van het arbeidsvolume (-1,3%, resp. +0,8% ten opzichte van het eerste kwartaal 2021).

In de bouw steeg zowel het aantal arbeidsplaatsen (+1%) als het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten (+7,4%) ten opzichte van het eerste kwartaal 2021. De stijging van het arbeidsvolume is in belangrijke mate het gevolg van een beperkter weerverlet.

Dienstverlenende sectoren

In de commerciële dienstverlening werden meerdere sectoren geconfronteerd met volledige of gedeeltelijke sluiting. In het eerste kwartaal 2022 werden de meeste beperkingen opgeheven, waardoor deze sectoren veel minder werden getroffen dan in het eerste kwartaal 2021.

Globaal stegen zowel het aantal arbeidsplaatsen (5,4% t.o.v. 2021) als het arbeidsvolume (+9,5% t.o.v. 2021) sterk. In vrijwel alle deelsectoren is de trend positief, alleen in de financiële sector blijft de structurele daling van de tewerkstelling aanhouden. In de sectoren “Informatie en communicatie” (+6% in arbeidsplaatsen, +8% in arbeidsvolume) en “Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten” (+5% in arbeidsplaatsen, +7% in arbeidsvolume) is de trend al enige tijd structureel sterk positief. De sector “Administratieve en ondersteunende diensten” herstelt sterk door de beperktere impact van de coronamaatregelen en de algemene heropleving die zorgt voor een grote toenamen in de uitzendsector.

In de horeca met veel werknemers met zeer korte contracten leiden beperkende maatregelen snel tot sterke dalingen in arbeidsplaatsen. Deze jobs worden ook snel opnieuw ingevuld als de beperkingen wegvallen: het aantal arbeidsplaatsen steeg fors ten opzichte van het 1e kwartaal 2021 (+36%),en het arbeidsvolume verdrievoudigde (+207%). Toch bleef de tewerkstelling in de horeca in arbeidsvolume nog bijna 10% onder het niveau van 2019.

In de niet-commerciële dienstverlening was de impact van de coronacrisis op de tewerkstelling relatief beperkt. Het waren vooral de sectoren ‘Kunst, amusement en recreatie, sport’ en de ‘Overige persoonlijke diensten’ die hun activiteiten moesten verminderen of volledig stopzetten. In het eerste kwartaal 2022steeg het aantal arbeidsplaatsen (+1,5% t.o.v. 2021) en het arbeidsvolume (+2,8% t.o.v. 2021). De groei was er vooral in het onderwijs (+1 % in arbeidsplaatsen en +1,5% arbeidsvolume t.o.v. 2021) en in de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (+0,9% in arbeidsplaatsen, +1,7% in arbeidsvolume t.o.v. 2021). Bij “Kunst, amusement en recreatie” was er een sterke herneming ten opzichte van het eerste kwartaal 2021 (+14,5% in arbeidsplaatsen, +41% in arbeidsvolume), en komt de tewerkstelling terug op het niveau van 2019.

Uitzendarbeid

De vraag naar arbeidskrachten via uitzendarbeid herstelde sterk. Eind maart 2022 werden in de uitzendarbeid 12% meer arbeidsplaatsen geteld dan eind maart 2021 (+13% bij arbeiders, +10% bij bedienden). Ook het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten steeg sterk ten opzichte van het eerste kwartaal 2021 (+10% ; +13% bij arbeiders, +6,5% bij bedienden).

Privé versus overheid

De toename in het aantal arbeidsplaatsen vond zowel plaats in de privésector (+3,9% t.o.v. 2021), als bij de overheidssector (+0,5% t.o.v. 2021, gecorrigeerd voor de methodologische aanpassing).

De toename van het arbeidsvolume deed zich hoofdzakelijk voor in de privésector (+7,9% t.o.v. 2021), %), in de overheidssector was de stijging van het arbeidsvolume beperkter (+0,5% t.o.v. 2021, gecorrigeerd voor de methodologische aanpassing).

Werknemersprofiel

De toename van het aantal arbeidsplaatsen was iets sterker bij mannen (+3,2%) dan bij vrouwen (2,9%). Ook het herstel van het arbeidsvolume was iets sterker bij mannen (+6,3% bij mannen en +5,3% bij vrouwen).

De stijging van het aantal arbeidsplaatsen was het sterkst bij de jongste leeftijdsgroepen, maar die waren ook het hardst getroffen tijdens de coronacrisis. Ook het herstel van het arbeidsvolume deed zich vooral voor in de jongste leeftijdsgroepen (+11% bij de jongeren onder 25 jaar, +5,4% bij de groep van 25 tot 39 jaar).

De toename van het aantal arbeidsplaatsen was het sterkst bij de inwoners van het Brussels Gewest  (+3,7%, tegenover +3,0% voor het Vlaams Gewest en 2,4% voor het Waals Gewest) en ook het herstel van het arbeidsvolume was het sterkst bij de inwoners van het Brussels Gewest (+8,5%, tegenover +5,4% in de 2 andere Gewesten). Het verschil in toename van het aantal arbeidsplaatsen ten opzichte van het aantal tewerkgestelde werknemers (onder meer door de stijging van het aantal flexijobs) is in het Vlaams Gewest het sterkst. Het aantal tewerkgestelde werknemers uit het Vlaamse Gewest en Waalse Gewest stijgt evenveel (+2%), en het aantal werknemers uit het Brussels Gewest met 3,5%.

Meer informatie

Snelle ramingen van de tewerkstelling