Arbeidsmarktanalyse voor het eerste kwartaal 2023

Na de sterke heropleving van de arbeidsmarkt in 2022, is de groei van de loontrekkende tewerkstelling in het eerste kwartaal 2023 heel wat beperkter.

Sectoranalyse

Landbouw, bosbouw en visserij

In de land- en tuinbouw bestaat de loontrekkende tewerkstelling in belangrijke mate uit seizoensarbeid in de vorm van gelegenheidsarbeid. Het aantal arbeidsplaatsen op 31 maart 2023 was -5,3% lager dan in 2022. Het arbeidsvolume lag in het tweede kwartaal wel -3,5% lager dan in het eerste kwartaal 2022.

Industrie en bouw

In het eerste kwartaal 2023 steeg in de “Industrie, energie en Bouw” zowel het aantal arbeidsplaatsen (+0,8% t.o.v. 2022) als het arbeidsvolume (+0,4% t.o.v. 2022).

In een aantal deelsectoren steeg het arbeidsvolume en het aantal arbeidsplaatsen ten opzichte van het eerste kwartaal 2022. De sterkste groeiers zijn de farmaceutische nijverheid (+4,0% in arbeidsplaatsen en +4,7% in arbeidsvolume), de voedingsnijverheid (+1,3% in arbeidsplaatsen en +0,8% in arbeidsvolume) en de “Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, n.e.v” (+2,3% in arbeidsplaatsen en +3,3% in arbeidsvolume). In de “vervaardiging van transportmiddelen” steeg het arbeidsvolume met 4,4% maar daalde de tewerkstelling in arbeidsplaatsen licht (-0,5%). In de “Textiel, kleding en leernijverheid” (-1,9% in arbeidsplaatsen en -4,7% in arbeidsvolume) en in de “Vervaardiging van producten van kunststof en rubber” (-3,5% in arbeidsplaatsen en -4,6% in arbeidsvolume).

In de bouw steeg het aantal arbeidsplaatsen (+1,1%) maar daalde het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten  zeer licht (-0,3%) ten opzichte van het eerste kwartaal 2022.

Dienstverlenende sectoren

Globaal stegen zowel het aantal arbeidsplaatsen (+1,1% t.o.v. 2022) als het arbeidsvolume (+1,8% t.o.v. 2022). In de meeste deelsectoren is de trend licht positief, zelfs in de financiële sector, na de lange periode van de structurele daling van de tewerkstelling. In de sectoren “Informatie en communicatie” (+4,2% in arbeidsplaatsen, +4,8% in arbeidsvolume) en “Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten” (+5% in arbeidsplaatsen, +5,9% in arbeidsvolume) is de trend al enige tijd structureel sterk positief. De sterk positieve trend in de  sector “Administratieve en ondersteunende diensten” is omgekeerd naar licht negatief, vooral door de beperktere inzet van uitzendkrachten (-1,6% in arbeidsplaatsen, -1,3% in arbeidsvolume).

Ten opzichte van het eerste kwartaal 2022 (waarin de horeca nog beperkingen kreeg opgelegd) steeg het aantal arbeidsplaatsen in het eerste kwartaal 2023 nog behoorlijk fors (+4,5% in arbeidsplaatsen en +12,9% in arbeidsvolume. De tewerkstelling in de horeca komt daarmee in arbeidsvolume licht boven het niveau van 2019.

In de niet-commerciële dienstverlening was de impact van de coronacrisis op de tewerkstelling relatief beperkt. In het eerste kwartaal 2023steeg de tewerkstelling (+0,7% in arbeidsplaatsen, +0,9% in arbeidsvolume t.o.v. 2022). De groei was er vooral in de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (+1,1% in arbeidsplaatsen en arbeidsvolume t.o.v. 2022). Bij “Kunst, amusement en recreatie” is er een sterke herneming ten opzichte van het eerste kwartaal 2022 dat nog onderhevig was aan een aantal beperkende coronamaatregelen (+4% in arbeidsplaatsen, +8% in arbeidsvolume).

Uitzendarbeid

De vraag naar arbeidskrachten via uitzendarbeid valt sterk terug. Eind maart 2023 werden in de uitzendarbeid minder arbeidsplaatsen geteld dan eind december 2022 (-14% bij arbeiders, -6% bij bedienden). Het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten daalde eveneens ten opzichte van het eerste kwartaal 2022 (-11% ; -11,5% bij arbeiders, -10% bij bedienden).

Privé versus overheid

De toename in het aantal arbeidsplaatsen vond zowel plaats in de privésector (+1% t.o.v. 2022), als bij de overheidssector (+0,3% t.o.v. 2022).

De toename van het arbeidsvolume deed zich hoofdzakelijk voor in de privésector (+1,6% t.o.v. 2022), in de overheidssector was de stijging van het arbeidsvolume beperkter (+0,2% t.o.v. 2022).

Werknemersprofiel

De toename van het aantal arbeidsplaatsen was sterker bij vrouwen (+1,2%) dan bij mannen (+0,5%). De toename van het arbeidsvolume was eveneens groter bij vrouwen (+1,8%) dan bij mannen (+0,7%).

De stijging van het aantal arbeidsplaatsen is het sterkst bij de oudste leeftijdsgroepen, (+1,5% bij de groep 50 tot en met 64 jaar, +15,9% bij de 65+). De toename bij deze oudste leeftijdsgroep is vooral het gevolg van de toename van de flexijobs. Ook het herstel van het arbeidsvolume deed zich sterker voor in de oudste leeftijdsgroepen (+1,8% bij de groep 50 tot en met 64 jaar, +17% bij de 65+).

De toename van het aantal arbeidsplaatsen was het sterkst bij de inwoners van het Brussels Gewest  (+2,8%, tegenover +0,9% voor het Vlaams Gewest en +0,2% voor het Waals Gewest) en ook het herstel van het arbeidsvolume was het sterkst bij de inwoners van het Brussels Gewest (+4,2%, tegenover ongeveer +1,1% in het Vlaamse Gewest en +0,5% in het Waalse Gewest).

Meer informatie

Snelle ramingen van de tewerkstelling